Canon van Amsterdam

In Amsterdam kwam men vorige eeuw tot de conclusie dat de gemiddelde Amsterdammer maar weinig kennis over de geschiedenis van de stad en het vaderland had. Dat was een slechte zaak en daarom moest er meer worden gedaan om de kennis over Amsterdam en het vaderland te promoten.

Er werden rond 1930 plannen gemaakt voor speciale lesprogramma’s waarbij kinderen meer in aanraking kwamen met de stad en waarbij typische Nederlandse en Amsterdamse kenmerken werden geïntegreerd in lessen. Op die manier konden kleine kinderen vanaf de basisschool meer leren over de cultuur van de eigen stad en het eigen land.

Het programma was vrij succesvol, maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd het tijdelijk stilgezet. Tijdens het laatste gedeelte van de Tweede Wereldoorlog en na de Tweede Wereldoorlog ging men echter door met het programma en men legde de focus nog altijd op het onderwijs.

Er werd over nagedacht om een speciaal vak te maken dat informatie zou geven over Amsterdam, maar uiteindelijk is ervoor gekozen om geen apart vak te maken. Kennis over de eigen stad wordt nu in aardrijkskunde, geschiedenis en enkele andere vakken verwerkt, zodat kinderen toch genoeg over de eigen omgeving leren.

Commissies kwamen al snel met ideeën om een lijst met belangrijke onderwerpen te maken die tijdens de lessen behandeld moesten worden, maar het duurde lang voor er een definitieve lijst kwam. Op initiatief van VVD-fractievoorzitter Eric van der Burg werd er een aangenomen om een lijst met 50 belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in de geschiedenis van Amsterdam samen te stellen, de Canon van Amsterdam.

Burgers konden zelf invloed uitoefenen op de lijst door in de krant Het Parool voorstellen in te dienen en te stemmen op belangrijke gebeurtenissen. De lijst werd na samenstellen door een commissie onder leiding van Piet de Rooy overhandigd aan toenmalig burgemeester van Amsterdam Job Cohen.